Co-counselen | Wat levert het mij op?

Interview met Dirk Harms

Dirk was nog jong, ongeveer 16 jaar (1977) toen hij een sterke behoefte had om anders in het leven te gaan staan, “het voelde niet meer ok”. Hij vroeg zijn ouders om hem daarin te ondersteunen. Zijn ouders vonden het vreselijk: “onze zoon is toch niet gek”. Het duurde nog 12 jaar voordat Dirk toekwam aan zijn eerste psychotherapie.

 

Hij was in 1989 begonnen in Münster Maatschappelijk Werk te studeren. Die studie maakte iets in hem los. Hij ging op zoek en kwam in 1992 in contact met Haus Kloppenburg in Münster met de therapie van Siglind Wilms en volgde de basiscursus co-counseling. Hij voelde vrij snel dat daar iets gebeurde waarnaar hij al lang op zoek was. Dirk begon daar zijn leven tot dan toe te verwerken. Hij pakte het grondig aan en heeft een half jaar lang twee keer een groepstherapie gedaan. Iedere week deed hij individueel een co-counselsessie, tot 1997 in Münster.

 

Dirk ontdekte dat het contact met zijn gevoelens ontbrak. Hij mocht niet voelen en hij mocht zijn gevoelens niet uiten. Hij ontdekte dat zijn houding met zijn ouders te maken had. Wilde hij gezien worden door zijn ouders moest hij een ‘brave jongen’ zijn en vooral niet zijn gevoelens, zijn behoeften bekend maken. Op zijn 25ste besloot hij het ouderlijk huis te verlaten en zelfstandig te gaan wonen.
Vanaf 1998 ging hij in Nederland co-counselen, bij Niek Sickinga en Joke Stassen in Donkerbroek. Hij ontdekte dat in Nederland een andere aanpak bestaat dan hij in Duitsland gewend was. In Nederland bestaat een andere houding bij de mede-werker (co-counseler). In Duitsland blijft hij meer op zijn plaats zitten. In Nederland is er meer beweging, maar ook meer lichamelijk contact. Dirk voelde zich in een co-counselsessie verbonden en sterk gesteund omdat de medewerker in de sessie met hem meebeweegt, letterlijk ook. Hij heeft de non-verbale communicatie hier anders leren beleven. De Duitse en de Nederlandse aanpak hebben voor zijn gevoel beide hun goede kanten, maar de Nederlandse aanpak paste beter bij hem.

 

Dirk kreeg in 1999 een baan als maatschappelijk werker in het Duitse leger. Een baanbrekende ervaring was voor hem een gesprek met een soldaat die 50 minuten lang aan een stuk door praatte. De cliënt was uitermate tevreden over Dirks aanpak van luisteren en niet zenden. De cliënt bedankte Dirk hartelijk omdat hij de eerste was die niet vertelde wat de cliënt moest doen maar volle aandacht gaf. Voor Dirk was deze ervaring een leerpunt die zijn professionele aanpak grondig heeft veranderd.

 

Dirk is Nederlands gaan leren gedurende twee jaren op de Volkshochschule in Aurich. Daardoor kon hij de Nederlandse aanpak beter begrijpen en beter invoelen. In 2000 is hij naar de internationale CCI gegaan. Daar had hij dezelfde ervaring. Hij leerde meer Engels spreken en verstaan en kon daardoor beter volgen wat er gebeurde. Hij leerde bij CCI zelfs dat de taal er eigenlijk niet toe doet. Je kunt co-counselen zonder dat je de taal verstaat, alleen al door naar lichaamstaal te kijken en de manier van praten, zonder de inhoud te verstaan. Kennis van de inhoudelijke kant kan zelfs een hindernis zijn bij het co-counselen.

 

Dirk werd enthousiast over CCI, hij is er 14 keer geweest. Hij leerde waarom de interne regels van CCI zinvol waren. Hij leerde dat die regels helpen om bevrijding te vinden, bevrijding van de mentale belasting uit zijn jeugd. Hij vond de supportgroep heel belangrijk maar ook het contact met mannen en te praten over emotionele ontwikkeling, seksualiteit, dood, iets wat hij uit zijn eigen opvoeding niet kende. Hij heeft zelf in Ohrbeck (CCI 2014) een sessie gegeven over het onderwerp dood. Dat zou eerder, vóór zijn kennismaking met co-counselen, voor hem niet mogelijk geweest zijn.
Dirk heeft de drie stappen gericht op persoonlijke ontwikkeling (de stap naar Kloppenburg, de stap naar CCN, de stap naar CCl) ervaren als een zich steeds weer uitbreidend leerproces en bevrijding.

 

Dirk voelde zich bevrijd van zijn jeugd, zijn opvoeding, van de beperkingen uit zijn opleiding in 1980-1983 tot administratief medewerker. Hij voelde zich steeds vrijer om gedachten en gevoelens toe te laten en erover te praten. Hij ging andere mensen ontmoeten die eenzelfde ontwikkeling doormaakten. Hij ervaarde het als “meer gezien worden en ertoe doen”, dus respect krijgen, iets wat hij niet meer had gekregen in zijn opvoeding en opleiding.

 

Dirk geeft een voorbeeld hoe hij vroeger (1982) handelde en hoe dat veranderd is. Hij ondervond last van rokende collega’s. Hij vroeg om te stoppen met binnen te roken, maar dat gebeurde niet. Hij vond een verordening die roken tussen collega’s verbood, maar ook die hint werkte niet; geen respect. Hij ging op 21-jarige leeftijd naar het ziekenhuis om zijn gespleten lip en gehemelte te laten behandelen. Hij gebruikte de medische behandeling als verwijt naar zijn collega’s die niet wilden stoppen binnen te roken. Hij zei dat de medische behandeling nodig was door hun roken. Deze hadden natuurlijk niets met elkaar te maken, maar dit was Dirks manier van doen. Hij leerde echter om zijn eigen gevoelens en behoeften te respecteren en voor zichzelf op te komen. Bij CCN en CCI leerde hij in precieze structuren te functioneren maar ook voor zichzelf op te komen. Ieder is in deze kringen verantwoordelijk voor zijn eigen persoon en welzijn. Je kan, als je ervoor kiest, deelnemen maar als zijn ‘bevrijding’ dat vraagt kan je iets anders doen of niets doen. Ieder is er voor zichzelf en door samen te gaan ontstaat een groep. Maar niet door de ander te willen veranderen maar door jezelf te onderzoeken.

 

Bevrijding ondervond Dirk ook op het gebied van man-zijn. Hij leerde om typisch mannelijk gedrag (over voetbal praten, over de auto, de sterke man zijn) los te laten en veel meer zijn eigen behoeften te volgen. Dirk kan nu veel makkelijker met zijn omgeving omgaan, hij kan beter luisteren naar anderen. Eerder had hij meer een mening over het gedrag van anderen, hoe zij zich zouden moeten gedragen. Hij had deze manier van doen van zijn moeder overgenomen. Hij had dan de neiging om boos te worden wanneer mensen niet deden wat hij in gedachten had. Of hij had het gevoel dat zijn wereld instortte. Nu gaat hij met veel meer vertrouwen het contact aan. Iedere mens heeft naar zijn mening een eigen opdracht en is verantwoordelijk voor zichzelf. Dirk hoeft zich dus niet meer verantwoordelijk te voelen voor andermans gedrag. Hij ziet dat anderen in contact met hem sterker staan, omdat hij van zichzelf de ander niet meer hoeft te beoordelen of zelfs veranderen.

 

Dirk komt zo tot intensievere en leukere contacten met zijn omgeving. Ontmoetingen leiden niet meer tot duwen en trekken. Hij is zelf veranderd, heeft daardoor andere omgang met zijn omgeving, die ook weer een andere omgang met anderen hebben. Deze ontwikkeling hangt niet alleen samen met co-counselen. Dirk heeft ook eerder en met andere methoden kennis gemaakt. Hij heeft kennis gemaakt met de theorieën van Marshall Rosenberg (nonviolent communication) en van Carl Rogers (cliëngerichte therapie). Maar het co-counselen heeft hem wel veel geleerd, voor zijn hele leven. Co-counselen is voor Dirk zonder meer iets positiefs. Het heeft hem een beter professionele aanpak en ook een beter leven bezorgd.